In december 2005 heeft de gemeenteraad een motie met de beleidslijn "warmte, tenzij..." aangenomen. De beleidslijn houdt in dat de gemeente voor stadsverwarming kiest, tenzij dit om specifieke redenen niet mogelijk is. Bij stadsverwarming wordt de warmte door een warmtenet gedistribueerd. De warmtebron is meestal restwarmte uit een electriciteitscentrale of van de industrie.

In december 2005 heeft de gemeenteraad een motie met de beleidslijn "warmte, tenzij..." aangenomen. De beleidslijn houdt in dat de gemeente voor stadsverwarming kiest, tenzij dit om specifieke redenen niet mogelijk is. Bij stadsverwarming wordt de warmte door een warmtenet gedistribueerd. De warmtebron is meestal restwarmte uit een electriciteitscentrale of van de industrie.
Redenen voor de gemeenteraad om deze motie aan te nemen, waren:
In april 2007 is voor de gezamenlijke commissie Sociale Zaken, Onderwijs en Werkgelegenheid (SOW) en Bedrijven een presentatie over de voortgang gehouden. Neem kennis van de ontwikkelingen en de verschillende standpunten over stadswarmte:
| Teus van Eck, Stadsverwarming en alternatieven (Powerpoint 2.656 kB) |
| Pieter de Jong, Ymere, Project stadswarmte in Noord (Powerpoint 1.354 kB) |
| Patrick Tielkes, Het Oosten, Toekomstgerichte energievoorzieningen (Powerpoint 98 kB) |
De visie van Het Oosten wordt niet gedeeld door de gemeente, maar de gemeente staat natuurlijk altijd open voor kritiek.
| Rob Kemmeren/Hans Tijl, OGA, Waarom Amsterdam voor restwarmte kiest (Powerpoint 1.558 kB) |
In januari 2008, twee jaar na de motie "warmte, tenzij...", zijn de contracten voor stadsdeel Noord getekend. Hiermee is een lang gekoesterde wens, namelijk het sluiten van het ringnet, bijna voltooid. Dit ringnet koppelt de drie bronnen rondom Amsterdam (Afval Energie Bedrijf, Hemweg en Diemercentrale) aan elkaar, waardoor een systeemoptimalisatie mogelijk wordt. Het warmtenet kan worden gevoed door de meest milieuvriendelijke restwarmte.
Momenteel zijn er veel nieuwe technologieën voor de nieuwbouw in ontwikkeling. Een paar voorbeelden:
Amsterdam is bij uitstek geschikt voor stadsverwarming: er is een overvloed aan restwarmte, de centrales staan dicht bij de stad, en het stedelijk gebied is intensief bebouwd. Het is mogelijk om stadsverwarming met andere technologieën te integreren. De stadsverwarming kan daarom als ruggegraat van de warmtevoorziening in de stad worden gezien.